Koopmanspolder

HISTORIE EN HUIDIGE INRICHTING VAN DE POLDER

  • image
  • 100jaar droge voeten

Bron: de AndijkerDe tekst in deze column staat in een schrift van Trijntje Bootsman, de moeder van A. Butterman-Haak, die op de Middenweg 73b woont. Trijntje was een dochter van Pieter Bootsman en Afie Tensen. Zij was 15 jaar toen zij dit schreef. Zij woonde in de Kalverstraat van Andijk, onderaan de dijk bij het huidige huisnummer 238. Haar ouders hadden een manufacturenzaak aldaar, in een pand dat nog slechts een paar jaar oud was.  Bij de dijkverzwaring omstreeks 1920 is het in twee stukken verplaatst naar de huidige plek, huisnummer 187 dat nu alleen als woonhuis wordt  gebruikt. Meindert was haar oudste broer.

Den nacht van 13 op 14 Januari, geschreven op 23 januari 1916

Wat er in dien nacht gebeurd is, zal door de Andijkers niet licht vergeten worden. Het had de hele dag flink gewaaid doch niemand had er ooit aan gedacht als de dijk het eens niet hield, wat moesten we dan, welnee de dijk is sterk genoeg. ’s Middags zaten Moe en ik te naaien, toen er opeens een paar pannen regelrecht bij ’t raam van Moeneer naar beneden dwarrelden en eventjes later alweer een paar, dus we werden al een beetje bang. Pa en Meindert waren in de kerk want er was plaatsenverhuuring en Ant en Nellie waren naar de Suster. Tegen den avond begon het almeer te waaien en wij gingen te bed, doch niemand kon slapen zoo’n wind was er. Het was ongeveer 2 uur, toen Moe boven kwam om ons te roepen, want de dijk was in gevaar. Spoedig hadden wij onze kleeren aan en Meindert ging gauw eens kijken. Wat waren we in angst want de golven sloegen geregeld over de dijk en tegen ons huis aan, vrouwen met kinderen in dekens gingen ons voorbij, o dat was toch zoo’n akelig gezicht. Toen Meindert weer terug kwam vertelde hij dat bij Piet Schenk de dijk was weggezakt en dat Oom J.Groot zijn muur van zijn huis was ingestort. En ook bij Neel Kok maar daar was ’t veel erger want Neel lag nog te bed toen de modder al hoog in de kamer lag zoodat ze haar bedsdeurtje niet meer open kon krijgen toen is er een gat in ’t hout gehakt en zoo is ze eruit gekomen, het huisje is haast geen goed meer aan. Ook kwam er al een groote scheur in de dijk bij Dirk van Heezen en bij Dirk Mantel was er ook een diep gat en bij Jan Kistemaker was ook de muur ingedrukt. Wij hadden intusschen wel wat goed bovengebracht voor ieder verschooning en kousen enz. Nu hadden we geen hoop meer dat de dijk het zou houden. Toen het ongeveer vier uur was begon het eventjes minder te worden want de golven sloegen niet meer geregeld over de dijk maar bij tusschenpoozen. Ook kwam Pietje Tinkel bij ons want haar man was ook naar de dijk om te helpen de zeilen aan de binnenkant over de gaten te leggen. Meindert was ook haast in een gat geslagen doch wist hem vast te houden. We zaten met ze’n 10nen in de kamer, en we wachte dat het dag werd, want we konden geregeld hulpgeroep van kom nou, help nou lichte dat was zoo’n vreeselijk geluid en eindelijk toen het dag werd zagen we hoe verschrikkelijk gezicht of ’t was, groote gaten met zeilen er over. O het was zoo’n angstig gezicht vooral bij de kerk want daar was de dijk alles weg tot Lever toe en bij Kragt was het alles dijk in de sloot zoodat men er over liep. Ook was Kragt met zijn zieken Klaas door de sloot naar de Nieuwe School gevlucht. Er zijn zoveel menschen gevlucht, bij Nanne Groot waren er 40 menschen. Iedereen die werken kon hielp ook Zondags werd er gewerkt, ’s morgens gingen vrouwen en kinderen te kerk en mannen aan ’t werk, en ’s avonds heeft Ds van Dorp een dankuur gehouden, het was een onvergetelijke Zondag. De dijk was geregeld vol van vreemdelingen en karren met puin, want bij de vuurtoren was ook een ontzettent groot gat vooral aan de buitenkant er kon geen paard en wagen door, zoo smal was de weg en bij Simon Boeijer ook bij P.Visser en ook bij Aal Treffen haar huisje is ingedrukt en nog op meer plaatsen. Bij de vuurtoren het gevaarlijkst.